Het Utrechtse Wilhelminapark en omgeving kent een verborgen sportgeschiedenis. Ondernemer F.J. Moerkoert, van oorsprong stucadoor, liet er in 1895 Het Nederlandsch Sportterrein aanleggen, met een 'bad- en zwem-inrichting', tennisbanen, voetbal- en cricketvelden, een paardenrenbaan en rond de huidige Stadhouderslaan een wielerbaan van 500 meter. 's Winters werd dat een ijsbaan.

In verschillende steden kwamen van die Sportterreinen, die helemaal in de tijdgeest pasten. De mens moest gezonder gaan leven en recreƫren, en de sport moest 'zuiver' zijn, volgens de Olympische gedachte dat de strijd belangrijker was dan de triomf, leidend tot zelfverbetering. Belangrijk daarbij was het fenomeen 'vrije tijd', dat pas in de tweede helft van de negentiende eeuw echt ontstond. De overheid stimuleerde scholieren sinds 1857 met gymnastiekonderwijs, waarna scholen en gemeenten meer en meer sportterreinen aanlegden. Heel geleidelijk werden ook de werktijden teruggebracht van 12 naar 10 uur per dag.

Ook hier won het fenomeen Jaap Eden de (uitgestelde) openingswedstrijden: twee ritten over een Engelse mijl en eentje over 25 kilometer. Later dat jaar tijdens de Bondsfeesten op de Utrechtse baan liet Eden zich opnieuw zien, door 'kampioen van het Vasteland' te worden. Er zijn wel veel wedstrijden gehouden, maar de publieke belangstelling leek al in 1898 terug te lopen. Al een jaar eerder werden er delen van het grondgebied verkocht voor woningbouw en maakte Moerkoert zelf plannen voor een woonwijk op het terrein, die er uiteindelijk ook kwam.

Utrecht, Nederlandsch Sportterrein (1895-1900, Cement, 500m)


B 52.089374 L 5.143755

Foto 25-8-2017