Een eindje fietsen van de vesting of het station langs het nieuwe stadsgedeelte richting Koedijk in de Zuidlandpolder, waar aan de Molendijk voorbij de Moffelschans een blok beton opdoemde dat de Terneuzense wielerbaan was. Er zijn luchtfoto's van de baan, desolaat tussen de velden. Er zijn nog bijna geen straten. Die luchtfoto's kun je wel over oude plattegronden heen leggen en dan kom je hier uit. Onder de Zuidlandstraat, bij de brandweerkazerne, tot de Bellamystraat en dus nét niet op de plek van de latere Zuidlandschool zoals wel vaak gedacht wordt.

De oprichters zeiden in juli 1933 dezelfde aannemer te willen inschakelen die ook de Parijse Buffalobaan had aangelegd. Daar is later niets meer over te lezen, het klinkt ook wat overdreven. Er is ook beeldmateriaal van arbeiders op de baan. Toen de baan er eenmaal was, werden de zaken zeker groots aangepakt. Braspennincx won achter de grote motoren op 8 juli 1934, Wals-Pijnenburg traden aan, Van Vliet klopte de (later betreurde) jonge Belgische sprintkampioen Alex Heusy, en verschillende Limburgers maakten de reis naar Zeeuws-Vlaanderen. In augustus 1936 zien we de later dat jaar verongelukte Stephan Veger uit Amersfoort het sprinttoernooi winnen van Pijnenburg en Slaats, en een koppel vormen met Braspennincx. Overigens mocht de wielerclub Trap Door de baan ook gebruiken.

Die grote motoren mochten na 1934 niet meer op een baan van 200 meter. De NWU maakte vanaf dat moment strengere regels voor lengte van de baan, cylinderinhoud, en het aantal wedstrijden per jaar. De laatste wedstrijd zou in juni 1937 verreden zijn. De beherende stichting (het was dus blijkbaar geen vennootschap) leed al een tijdje verlies en kon geen dure renners meer boeken.

In februari 1938 bood aannemer C. Vermast, die de baan niet alleen had gebouwd maar hem dus ook weer sloopte, "een grote partij houtwaren te koop, alsmede Asbest, Beton, enz, afkomstig van de Wielerbaan Terneuzen, tegen zeer billijken prijs".

Terneuzen, (1934-1938, Beton, 195m)


B 51.328505 L 3.839761

Foto 1-6-2018