Eigenlijk zijn er twee wielerbanen geweest op bijna dezelfde plek in het huidige Belgisch Park. De eerste, van gewalst puin, kostte 12.200 gulden, was nogal onregelmatig en had ongelijke bochten. Niettemin werd de 400 meter lange baan gebruikt voor grote evenementen. Toen duidelijk werd dat het in Nijmegen niet meer ging, hield de ANWB haar nationale kampioenschappen in Scheveningen. De stroomtram had een speciale halte en het was telkens een enorme drukte. Toch werd de huur van het terrein niet verlengd en stopte de exploitatie in 1892. Bij wijze van uitzondering werd er in 1899 nog een zes-uurswedstrijd gereden, gewonnen door de latere NWB- voorzitter J.D. Viruly.

In 1907, toen de andere Haagse baan aan de Theresiastraat er al niet meer was, werd er een houten baan neergezet die in 1910 vernieuwd en courant gemaakt werd. Het is niet ondenkbaar dat dat het hout van de vroegere baan uit Tilburg is geweest, die daar in 1903 verkocht was. Een piepklein krantenberichtje uit 1903 suggereert dat.

Poelierszoon Piet Moeskops (1893-1964) uit Loosduinen, de latere vijfvoudig wereldkampioen op de klassieke sprint, bondsbestuurder en -coach, leerde hier het vak en won er in 1913 zijn eerste wedstrijd. Een jaar later won hij zijn eerste van acht Nederlandse kampioenstruien. Een legende was geboren.

Toen er in 1916 toch echt een nieuwe wijk moest komen, was het voorbij voor de wielerliefhebbers. Een nieuwe baan in Den Haag kwam er ondanks verschillende plannen niet, maar een groep niet aflatende initiatiefnemers slaagde er uiteindelijk wel in om bij de aangrenzende gemeente Rijswijk toestemming te krijgen voor wat een volgend roemrucht hoofdstuk in de Haagse wielersport zou worden.

Wat later in de jaren '20 en '30, is nog op verschillende plekken sprake geweest van een groot Nederlands Sportpaleis dat met een overdekte wielerbaan zou komen. Ook deze plannen stierven in schoonheid.

Den Haag, Scheveningse wielerbaan (1888-1916, Hout, 333,3m)


B 52.108199 L 4.296785

Foto 24-11-2017