De baan werd geroemd om zijn snelheid, en dat kwam doordat de latten in de lengterichting waren gelegd. Per latje werden 5 spijkers gebruikt, een totaal van 750.000 spijkers. Die stevigheid maakte dat er snelheden tot 100 kilometer per uur achter de motor konden worden gehaald.
Er werd met geld gesmeten in die tijd om de beste internationale renners aan de start te krijgen. Onenigheid tussen directie en bestuur leidde een paar keer tot een directeurswissel. Toen de organisatie failliet ging, was het de Rijswijkse coryfee Henri ter Hall (toneelspeler, raads- en Kamerlid) die op een veiling de baan kocht voor 75.500 gulden. Hij gebruikte meteen zijn contacten in de theaterwereld en liet in 1928 Josephine Baker uit Parijs overkomen om het nieuwe seizoen te openen. Zo ging het nog een paar jaar door op de golven van de conjuctuur.
In 1933 nam de Duitser Grolms de wat vervallen baan samen met die van Rotterdam in pacht, maar boekte weinig succes. Directeur Bertus Waterreus besloot het daarna met wat gelijkgestemden opnieuw te proberen. Waterreus overleed in 1939. Toen de oorlog uitbrak, verkocht Ter Hall de baan hals over kop aan een sloper voor 25.000 gulden. Het naastgelegen vliegveld Ypenburg lag te strategisch om nog te denken dat de boel behouden zou kunnen blijven.
B 52.047207 L 4.347250 Foto