De Ginnekense wielerbaan stond bekend als een mooie snelle baan. Er zijn veel verhalen en beelden van hoge kwaliteit bewaard gebleven. Volgens het Stadsarchief was de baan eerst van hout, een krantenbericht uit 1925 spreekt dat tegen. De cementen baan werd 'door enkele Bredase wielerenthousiasten' aangelegd achter de Tuchtschool tegenover de Zevenheuveltjes, 'in een natuurschoone omgeving'. In 1931 zou de baan helemaal uit beton opgetrokken worden.
Eigenaar Schiefelbusch wilde in 1932 in de gemeenteraad de vermakelijkheidsbelasting verlaagd krijgen, omdat hij grote verliezen leed. Daarbij dreigde hij de stekker eruit te trekken. Omdat de baan vrijwel de enige bron van vermakelijkheidsbelasting was (4377 gulden), ging de raad morrend akkoord met een halvering naar 10% van de kaartverkoop. In 1935 ging de belangstelling achteruit, en besloot de directie de exploitatie een jaartje op te schorten. Daar lag nog steeds een akkefietje met de gemeente aan ten grondslag, die de vermakelijkheidsbelasting weer had verhoogd. Burgemeester Jhr. Serraris, een wielerliefhebber, werd aangewreven financiële belangen te hebben bij de wielerbaan. In een geheime raadsvergadering werd hij daarvan vrijgepleit. Twee jaar later lag de baan weer stil en werd er opnieuw vergaderd over heringebruikname. De raadsleden, zich realiserend dat het hele sportpark ("één der besten van Europa") over de kop kon gaan, spraken opnieuw hun steun uit, waarna er vanaf 1938 onder directie van de Antwerpse baan nog gekoerst is.
In 1944 viel er een V-1 (vliegende bom), die de wielerbaan grotendeels verwoestte. Een stuk van een bocht is blijven staan. Sinds 1988 is er op het terrein een modelspoorclub gevestigd, die met stoomlocomotieven rondjes draait op een aangelegde spoorbaan.
B 51.551458 L 4.781832
Foto 26-4-2012