Het grootste schandaal was wel dat de wielerbaan twee weken voor de Olympische Spelen ongeschikt werd bevonden. De bochten waren te steil en de afrastering aan de binnenkant te hoog. Daarvoor had de UCI al in 1926 gewaarschuwd. Ook de afwerking van het beton was slecht.
In de Haagsche Courant (16 juli 1928) legt de verslaggever zijn oor te luisteren tijdens de kwalificaties:
"Ze verkleedden zich, hadden de fijnste spulletjes meegenomen, nieuwe bandjes. Nu zou worden beslist wie hunner de kleuren zou hebben te verdedigen. Edoch het was niet noodig. De een na de ander kwam de box uit om éven een rondje te maken, de een na den ander verdween even snel naar de box met... een lekke band. Mazairac reed nog geen 100 meter, toen hij een plat bandje kreeg, mopperend liep hij weg. (...) Binnen het half uur hadden de verschenen renners die nota bene nog geen sprint hadden aangetrokken reeds 21 lekke banden of voor ƒ150 aan banden ingeboet. Moeskops en Bontekoe zouden op de tandem met zware nieuwe banden even rondtollen om de bestuurbaarheid der baan te controleeren. Ze maakten 6 rondjes waarvan plm. 100 meter snel is gereden hun banden waren finaal afgesleten, een halve baan verder gereden had noodlottig kunnen worden. Toen was het genoeg. Bontekoe kwam met bedrukt gezicht ons vertellen: 'Dat is voor 6 rondjes 15 gulden aan banden', terwijl Piet nuchter opmerkte: 'Dat is een rijksdaalder per rondje ik begin een bandenfabriek op het middenterrein'. De selectiewedstrijden werden afgelast."
Het kwam nog wel goed, al viel de oogst voor de Nederlandse renners wat tegen: alleen een gouden plak op de tandem, voor Bernhard Leene-Daan van Dijk, en 3 zilveren medailles.
B 52.343354 L 4.854248
Foto 5-6-2013