Foto zie je een klein wit bijgebouwtje. Dat voormalige kleedhok is een overblijfsel uit de tijd van de wielerbaan. De baan was helemaal van hout en had een tunnel naar het middenterrein. In 1940 kocht een sloper de boedel op. De uitspanning aan de Wipstrikkerallee heet nog steeds Urbana.
Initiatiefnemer J. Houtsma handelde snel toen het verlangen naar een baan bij de zojuist opgerichte wielervereniging ontstond. Zwolsche Courant, 25 maart 1933: "Het is geenszins denkbeeldig, dat andere groote steden in den omtrek, als Apeldoorn, Deventer of Meppel, met het bouwen van een wielerbaan vóór zouden willen zijn. (...) Men wendde zich allereerst tot een bekend wielerbaanbouwkundige, den heer D. Stuurman te Gouda (...). Nu kent de Nederlandsche Wielren Unie 3 soorten van banen: gras- of sintelbanen, banen alleen voor rijwielen en tenslotte banen, ook geschikt voor het berijden met lichte motoren, voor gangmaking dus. De keus voor de Zwolsche baan is nu op deze laatste soort gevallen. Deze moet daardoor een lengte hebben in het rond, van minstens 200 m, terwijl de overige bovengenoemde banen een lengte hebben van 166 2/3 m".
De opening op 24 maart was minder feestelijk vanwege het overlijden van Koningin-moeder Emma. Het startschot werd verricht door superster Jan Pijnenburg, die zelf niet meefietste. In 1937 zou hij het nog aan de stok krijgen met de directie, die hem beschuldigde van valsheid in geschrifte. Hij zou namens koppelgenoot Frans Slaats een contract hebben ondertekend voor een driedaagse, waar ze niet op kwamen dagen. De affaire werd breed uitgemeten in de pers, maar de NWU wilde niet ingrijpen. Daarop sloot Urbana zich bij de NWB aan.
Ook deze baan had na 1936 last van een inzinking. Maar in mei 1939 ging hij na lange tijd weer open met klinkende namen: Pellenaars, Van Kempen, Wals, Schulte, Groenewegen. En... Pijnenburg fietste deze keer wel mee. Hij won de sprint, de tijdrit en met Slaats een omnium.
B 52.506349 L 6.124196
Foto 27-10-2015