Er was een opleving in de baansport die ook leidde tot nieuwe banen in Alkmaar, Amsterdam-Sloten, Rotterdam- Ahoy', Schiedam en het opwaarderen van banen in Wassenaar en Geleen en later Oudenbosch. Apeldoorn en de stadionbanen van Amsterdam, Utrecht en Nijmegen waren er al, maar Wageningen, Oss en Oirsbeek hielden er in de jaren zestig mee op. De kalender van 1971 telde een na-oorlogs record van 113 baanwedstrijden.
Oude kampioenen als Van Vliet, Derksen en Schulte waren gestopt, maar de nieuwe sterren Peter Post en Jan Janssen, die toen nog veel op de baan reed, zorgden voor nieuwe populariteit. Henk Nijdam werd in 1961 (amateurs) en 1962 (onafhankelijken) wereldkampioen achtervolging. Maar ook de lichting René Pijnen, Leo Duyndam, Piet de Wit, Noppie Koch en Leo Proost en sprinter Leijn Loevesijn vierde rond die tijd successen. En eindelijk werd er ook door de vrouwen op de baan gefietst, vooral door het fenomeen Keetie van Oosten-Hage.
De mensen kwamen nog steeds graag voor de spectaculaire motornummers. Gespecialiseerde stayers waren er genoeg. Een dubieus ongeluk op 10 mei 1970 maakte op de Hilversumse baan bijna een eind aan de carrière van Jaap Oudkerk (1937), wereldkampioen achter de motor bij de amateurs (1964) én de profs (1969). Concurrerende gangmaker Joop Stakenburg zou hem al of niet bewust hebben aangetikt. Oudkerk kreeg de motor over zich heen. Dat jaar kon hij zijn regenboogtrui nauwelijks nog te gelde maken.
En toen verscheen in 1989 een Zwartboek Milieu over het gebied. Het was er helemaal mis. De baan met uitzicht op het Laarder Wasmeer werd in de jaren daarna gebruikt om vervuild slib te dumpen. Alles eromheen is gesaneerd en zo is de baan verdwenen.
B 52.226072 L 5.207599
Foto 31-10-2012