Dit stelde als wielerbaan wel heel weinig voor. In de Baafjespolder achter huize De Egelshoek in Heiloo bevond zich een baantje voor hondenrennen. Dat werd een beetje aangepast en zo konden er ook wielrenners op trainen. Er is niets meer van te zien, de Beliëslaan loopt er nu dwars overheen. Het jaartal en de lengte zijn bij benadering.

Maar: twee van die rennertjes zijn later wereldkampioen geworden. Jan Derksen (1919-2011) en Jan Pronk (1918 -2016), beide niet in Heiloo geboren maar er wel opgegroeid, trokken later natuurlijk naar de Alkmaarse wielerbaan en hadden een mooie carrière voor zich. Derksen werd in 1939 voor het eerst wereldkampioen op de sprint, bij de amateurs. De enige winnaar dat jaar, want het WK werd afgebroken omdat de oorlog uitbrak.

Hij droeg de titel zeven jaar met zich mee, maar niet de regenboogtrui. Hij was in juni 1940 professional geworden. Want hoewel er in de Tweede Wereldoorlog nog wel wat internationale wedstrijden zijn verreden, werd er pas in 1946 in Zürich weer een wereldkampioenschap gehouden. Daar won hij opnieuw, door de Fransman Sanftleben te verslaan. Er zaten wel zes weken tussen start en finish van die sprintfinale, want Sanftleven brak bij een val in de eerste heat zijn sleutelbeen en de race werd verdaagd. In 1957 bekroonde Derksen zijn lange carrière met een derde regenboogtrui door in Luik de 41-jarige Arie van Vliet te verslaan. Die had er ook al drie op zak.

Jan Pronk was eigenlijk ook sprinter, maar moest het altijd afleggen tegen landgenoten Arie van Vliet en Jan Derksen. Hij liet zich, met lichte tegenzin, omscholen tot stayer en reed achter de motor van zijn vaste gangmaker Frits Wiersma in 1951 naar het goud op de wereldkampioenschappen in Milaan. Hun kostje was gekocht. Ze werden ook negen keer Nederlands kampioen en waren internationaal een veelgevraagd duo. Als de baansport érgens populair door bleef, dan was het wel door het geronk van de stayerswedstrijden.

Heiloo, (1930-, Zand, 350m)


B 52.6110749 L 4.7063260

Foto